Correlatie in het eerste studiejaar

In het eerste studiejaar worden verscheidene vakken onderwezen die zijn ingedeeld rond een onderwijsaspect. Deze zijn gekoppeld aan één van de vier onderwijsperiodes in het collegejaar. Het kan interessant zijn om te zien hoe deze soms zeer diverse onderdelen zich tot elkaar verhouden. Als een student het heel goed doet met betrekking tot het aspect Leiden van een leersituatie, haalt hij dan meestal ook hoge cijfers in de stage? Om deze vragen te beantwoorden geven de correlaties tussen deze onderdelen een eerste inzicht.

De volgende vier onderdelen worden onderscheiden in het eerste studiejaar:

Deze vier onderdelen kennen zelf een onderverdeling in een drietal subonderdelen waarvan er twee een type kennis weerspiegelen, namelijk praktijk en (theoretische) kennis, en één is gekoppeld aan het traject dat een student volgt.

Deze vormen gezamenlijk dus 12 onderdelen.

Daarnaast is er een tweetal onderdelen dat het hele jaar in alle periode in het onderwezen wordt:

Deze zijn beide tweemaal aanwezig in het curriculum, namelijk in het eerste en in het tweede semester.

Deze vormen deze samen 4 onderdelen.

Tot slot is het aantal EC dat een student heeft behaald in het eerste studiejaar alsmede zijn gemiddeld gewogen tentamencijfer dat hij op het eind van het jaar heeft gescoord.

Om te zien of er belangrijke correlaties aanwezig zijn tussen elk van deze 18 onderdelen is eerst Pearson correlation coefficient, Pearson’s r, berekend tussen voor elke combinatie. De sample bevat N=153 studenten.

Vervolgens is een zogenaamde heatmap aangemaakt van alle 18 onderdelen die met kleuren de mate van correlatie weergeeft: rood is een lagere waarde van Pearson’s r en blauw een hogere waarde.

De heatmap is interactief en heeft de volgende mogelijkheden:

Om de heatmap weer terug in zijn originele staat te brengen, volstaat een enkele klik ergens op de heatmap.

Correlatie in het eerste studiejaar - October 7, 2019 - Robert Voogdgeert