Taal als evolutionaire sjablonenfabriek

Hoewel de aanleiding voor deze korte overdenking is gelegen in een TED talk van David Christian start ik hier met Heidegger en Novalis.

In januari 1959 hield Martin Heidegger een voordracht voor de Bayerischen Akademie der schönen Künste en de Akademie der Künste in Berlin getiteld Der Sprache. Deze voordracht is later opgenomen in de bundel Unterwegs zur Sprache onder de titel Der Weg zur Sprache. In de openingsalinea van dit essay citeert Heidegger een zin uit het begin van Monolog een werk van Novalis (1772–1801)

Gerade das Eigentümliche der Sprache, daß sie sich bloß um sich selbst bekümmert, weiß keiner.Juist het meest kenmerkende van de taal, dat ze zich uitsluitend om zichzelf bekommert, weet niemand.

Het is niet voor niets dat Heidegger deze zin als vertrekpunt voor zijn essay over het wezen van de taal gebruikt, daar dit een thematiek betreft die hem in de jaren vijftig van de vorige eeuw bijzonder bezig hield. Heidegger meende namelijk dat taal onderdeel was van wat hij Technik noemde. In zijn bekende essay Brief über den Humanismus uit 1946 omschrijft hij de taal als het huis van het zijn:

Die Sprache ist das Haus des Seins.

De taal is enerzijds onderdeel van het Geschick, we zijn door en door technisch bepaald als mens en Technik is geen middel dat we als mensen kunnen gebruiken, of juist kunnen afkeuren. Technik is een wijze waarop het zijn is, Technik is een wijze waarop de zijnden zijn.Zie hiervoor met name Heideggers essays uit de eerste helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw die zijn opgenomen in Die Technik und die Kehre.

Heideggers zoektocht betreft die naar het denken in het tijdperk van Technik, van cybernetica.Interessant genoeg afgeleid van het Griekse werkwoord κυβερνάω dat sturen betekent, maar ook berijden (van een paard) Kan ik in een tijdperk waarin mens en zijn, alsmede de wijze waarop deze twee met elkaar vervlochten zijn, wezenlijkHier is wezenlijk letterlijk te nemen als naar hun wezen. technisch zijn nog nadenken.

Ons denken beweegt zich immers wezenlijk, en letterlijk, in de taal. De taal is, zoals hierboven in het citaat van Heidegger werd verwoord, het huis van het zijn. De taal is niet iets dat ik als mens naar keuze van gebruiken, of in ongebruik kan laten verwijlen; ik kan ook geen voorstander of juist tegenstander zijn van taal. Klassiek gefraseerd zou ik kunnen stellen dat de mens een talig dier is. De mens is een ζῷον λόγον ἔχον volgens Aristoteles, een animal rationale, een rationeel dier, een met rede behebt dier. En deze rede, evenals mijn verstand kan het niet zonder taal stellen. Zoals Oudemans het mooi verwoord in Omertà:

De geboorteplaats van de rede is redelijk noch onredelijk.
Ze is woordelijk.

Mijn denken, mijn spreken, mijn hele menszijn is talig tot in zijn kern. Maar… met deze taal is iets aan de hand, is iets niet ‘in de haak’. En als er met de taal iets niet in de haak is, dan betreft dit derhalve mijn gehele menszijn en hierin zit voor mij de waarde van de voordracht van David Christian.

Big History

In de TED talk van David ChristianAuteur van Big History. Het waanzinnige wetenschappelijke ontstaansverhaal van de mens, de wereld en het universum. komt de evolutionarie functie van de taal op twee plaatsen evidentelijk tot uiting, zonder dat de spreker zichzelf lijkt te realiseren wat dit voor (de voorwaarden voor) zijn eigen spreken betekent.

In het concept van Big History zoals Christian dit beschrijft is een achttal zogenaamde thresholds aanwezig. Drempels of scharnierpunten in de grote geschiedenis van het universum en de ontwikkeling van mens daarbinnen.

In de voordracht vermeldt Christian in een passage die start rond 10:25 het volgende:

Well, it’s here that life introduces an entirely new trick. You don’t stabilize the individual, you stabilize the template, the thing that carries information, and you allow the template to copy itself. And DNA, of course, is the beautiful molecule that contains that information.

De optimalisatie betreft niet individueen, ook niet de soort, maar de sjabloon. De soort is niets dan een vehicel van een efficiente set en optimalisaties, bij levende wezens het DNA.

Replicatie, in Oudemans terminologie is in het evolutionaire denken essentieel. Replicatie is doel geworden.

So, DNA contains information about how to make living organisms. And DNA also copies itself. So it copies itself and scatters the templates through the ocean.

DNA is echter effectief maar niet efficient. Het is een trail and error ‘methode’ waarin weliswaar wordt geleerd van fouten en waarin deze fouten zelfs essentieel zijn om vooruit te komen en dus primair leermiddel zijn, maar slechts een op de zoveel ‘fouten’ is waardevol genoeg om te behouden.

We’ve seen that DNA learns in a sense, it accumulates information. But it is so slow. DNA accumulates information through random errors, some of which just happen to work. But DNA had actually generated a fast way of learning: it had produced organisms with brains, and those organims can learn in real time.

Hersenen zijn efficient op korte termijn en op het niveau van het individu, maar niet effectief op niveau’s boven die van het individu, de soort. Het geleerde steft af met het individu:

They accumulate information, they learn. The sad thing is, when they die, the information dies with them.

In de ontwikkeling van de menselijke soort is hier echter iets op gevonden: taal.

Now what makes humans different is human langage.

Maar, en dat is van essentieel belang, ook deze taal mag zich niet beperken tot efficientie op het niveau van het individu. Taal is, met andere woorden, alleen echt taal als communicatiesysteem. Anders gezegd, deze human langauge wordt intrinsiek getypeerd door uitwisseling. Taal is een uitwisselingssysteem, een informatiesysteem. Als zodanig is het een door en door technisch fenomeen.

Taal en techniek

Taal maakt twee dingen mogelijk die voorheen niet mogelijk waren, zeker niet met een effectiviteit en efficientie waarin het voorheen ging.

Taal zelf is nog niet eens het belangrijkste. Evolutionair is met name het collectieve leren van belang. Taal is niet de enige manier om collectief te leren, maar heeft dit collectieve leren wel tot een (voorlopig) hoogste staat van efficiente gebracht.

Christian ziet dit in onze evolutie ontwikkelde communcatiesysteem als een zegen:

We are blessed with a lanauge, a system of communication, so powerful and so precise that we can share what we’ve learned with such precision that it can accumulate in the collective memory.

Het is echter ook onze verdoemenis. We moeten talig zijn. Ik vraag me dan ook af: hebben wij iets geleerd, of heeft ons communicatiesysteem iets geleerd?

Waar het om gaat verwoordt ook Christian zelf:

And that means that it can outlast the individuals who learned that information, and it can accumulate from generation to generation.

En dat is precies waarom het evolutionair waardevol is en niet is afgedaan als waardeloos:

And that’s why, as a species, we’re so creative and so powerful… I call this ability collective learning.

Deze evolutionair oude vorm van dat wat we in de cyberntica van de twintigste en eenentwintigste eeuw machine learning noemen is al zo’n 200.000 jaren oud. Het zogenaamde forkhead box protein P2, beter bekend onder zijn korte naam FOXP2.Hoewel er in recent onderzoek op wordt gewezen dat FOXP2 minder human-specific is dan voorheen werd gedacht, is de vermeende functie van het gen wetenschappelijk vooralsnog onaangetast.

We spreken van taalverwerving en horen hierin een genitivus objectivus, maar feitelijk is hier sprake van een genitivus subjectivus. Taal is het subject, niet het object van het verwerven. Wij zijn door de evolutie tot vehicel gemaakt voor (onder andere) FOX2P, dat als basis voor het communicatiesysteem fungeert dat David Christian in zijn TED talk als ‘zegen’ omschrijft.

Heidegger heeft een groot deel van zijn denkende leven nagedacht over de aard van de taal en hoe haar wezen kenbaar is. Dit blijkt niet alleen uit de Brief über den Humanismus maar ook uit het begin de schitterende documentaire Martin Heidegger – Im Denken unterwegs.Een film van Richard Wisser en Walter Rüdel (1975)

Die Vorstellung von der Sprache als eines Instruments der Information drängt heute ins Äußerste. Das Verhältnis des Menschen zur Sprache ist in einer Wandlung begriffen, deren Tragweite wir noch nicht ermessen. Der Verlauf dieser Wandlung läßt sich auch nicht unmittelbar aufhalten. Er geht überdies in der größten Stille vor sich. … Aber es gibt noch andere Verhältnisse als die gewönlichen.

Denken?

Indien wij de taal niet verwerven, maar de taal ons, dan zijn wij niets dan het vehicel van een reduplicatiesysteem, opgenomen in de mechanismen die geen doel dan zichzelf en hun optimalisatie hebben. We zijn opgenomen in een Regelkreis. Is het nog mogelijk binnen de techniek te denken? Het wezen van techniek te ervaren? Indien wij, zoals ook in de TED talk wordt beweerd, vehicel zijn van een systeem dat niets dan optimalisatie nastreeft en dit bereikt door reduplicatie, dan valt het verschil tussen mens en machine weg.

In der kybernetisch vorgestellten Welt verschwindet der Unterscheid zwischen den automatischen Maschinen und den Lebewesen.Heidegger in Die Herkunft der Kunst und die Bestimmung des Denkens (1967)

Denken kan alleen in de nabijheid van de ondoordenkbaarheid van Technik. Juist waar deze zich onttrekt is het als zich onttrekkend iets niet niets. De vroegere Heidegger spreekt van formale Anzeige. Door Oudemans schitterend verwoord:

Terwijl je spreekt over een ondewerp laat je je tegelijkterijd in je manier van spreken bewegen door de aanwijzingen die de manier van verschijnen van dit onderwerp geeft. … Je neemt afscheid van datgene wat je beweert en je let op de manier waarop jij genoopt wordt om beweringen te doen. In dit onbesproken drijven en ritmiseren geeft je wereld of horizon van zich blijk. Maar dit blijk geven is en blijft impliciet. Het is onvoorstelbaar.Omerta, p. 147, 148

Waar dit denken echter op zijn plek kan vallen is en blijft volkomen onduidelijk, hooguit een vraag. Misschien moet dat ook wel zo zijn. In een wereld die Technik niet zozeer heeft als wel is en waarin deze is als Wille zur Macht en de wil tot willen, is het niet voorstellende denken machteloos.

Een denkweg die letterlijk buitensporig is zonder buiten de sporen te kunnen treden, te willen treden maar die wel de sporen als sporen wil laten blijken in de gewelddadigheid van instrumentele en rekenende rationaliteit. Het is als de naiviteit tegenover de oorlogszucht: hij zal smalend weggeworpen worden als iets dat niet mag bestaan, zelfs niet kan zijn.

Taal als evolutionaire sjablonenfabriek - September 16, 2018 - Robert Voogdgeert