Omertà?

Moet ik zwijgen en afwachten? Nee, moeten kan helemaal niet; moeten, mogen, kunnen… modaliteiten die allemaal al technisch zijn. Afwachten hoe de taal mij opeist? Luisteren naar hoe de taal mij uitdaagt te spreken?

Waarnemen hoe de aanzegging mij tot aangesprokene maakt, ervaren hoe ik juist als aangesprokene ben? Gestell ervaren of Geschick?

Kan ik ook onaangesproken zijn, of is mens zijn intrinsiek aangesprokene zijn?

Wellicht kan ik me niet laten verleiden door Wille zur Macht, me door haar niet laten gezeggen.

Niet zozeer zwijgen als wel niet meegaan in de aanzegging.

Wellicht is het mogelijk aangesprokene te zijn door het gelaat, door de Ander?

Evenwicht bewaren. Balanceren in de voor-talige ruimte, in het domein waar de aanzegging wel klinkt – hij klinkt onvermijdelijk en overal – zonder me op weg te laten brengen. Maar toch, me niet op weg laten brengen is een actieve houding, een strijd tegen… Dat is hetzelfde als de metafysica willen overwinnen: ingehaald worden door en versterken van dat wat je tracht te vermijden.

Gelassenheit?

Luiseren naar hoe Technik, taal mij opeist te denken. Hoe taal mij verlokt tot het ver-taligen van de wereld, hoe taal mij op weg wil brengen. Op weg van Technik, van totaliseren.

Een ook dit alles is alles niet dan taal, techniek, toeeigening

Hoe dun het koord en hoe moelijk deze balans…

Omertà? - September 6, 2018 - Robert Voogdgeert