Afwas op de camping

In een dorpje gelegen in de haute Corrèze, staan we op een camping. Aan het eind van de dag heeft zich enige afwas opgehoopt en ik pak alles bij elkaar om het loopje naar de wasruimte te maken.

Daar kom ik aanlopen met enkele bordjes, vorken, messen en enige lepeltjes in een klein blauw afwasteiltje. Er staat al één man af te wassen met een flinke berg afwas bij de rij met ongeveer acht wasbakken. Als ik boven bij het washuisje aankom, ontsnapt er een lichte ademstoot aan mijn mond. De man wendt zijn hoofd naar links en kijkt naar me.

— ‘Ja, dat is híer dus mannenwerk, hè…’

Hij trekt er een gezicht bij waaruit ik, denk ik, moet opmaken dat wij mannen, van elkaar zonder verdere omhaal van woorden begrijpen wat de verborgen inhoud van deze zin is.

Ik lach met een bijna onhoorbaar lachje, omdat helemaal zwijgen na deze uiting, voor mijn, onervaren en derhalve waarschijnlijk onderontwikkelde, campinggevoel wat al te weinig sociaal is.

— ‘Hahaha!’

De man lacht hartelijke om zijn eigen grap. Ik maak mijn afwasje af en zeg de man gedag.

— ‘Doeg.’
—’O, uh, ja, dag.’

In de tent gekomen zie ik, dat ik de soeppan en de pollepel ben vergeten mee te nemen. Ik pak deze dus op en loop terug naar het washuisje.

Man:
— ‘Heeft ze je weer terúggestuurd?! Haha!’

Ik lach flauwtjes.
— ‘Nee.’

Ik begin aan mijn pan en pollepel.

Er voegt zich vervolgens een andere man bij de rij wasbakken. Deze tweede man kent de eerste man blijkbaar, want hij gaat direct naast hem staan en begint een gesprek. Na een paar koetjes en een paar kalfjes, komt het gesprek op het onderwerp hout. Jawel, hout.

— ‘Zeg, heb je nog een beetje hout kunnen scoren?’
— ‘Ja, zeker wel!’
— ‘Maar, uh, is het ook wel een beetje fatsoenlijk hout?’
— ‘Ja, zeker weten!’
— ‘Mmm. Ja, maar is het ook een beetje goed droog dan?’
— ‘Ja, dat is het echt wel! Echt goed droog, hoor!’
— ‘Weet je dat wel zeker?’
— ‘Ja, het is echt hartstikke droog.’
— ‘Maar, met hout weet je ’t dus nooit, hè! Hout is wel echt bedrieglijk!’
— ‘Ja ja, dat is het!’
— ‘Maar je weet dus wel zeker dat het droog is?’
— ‘Ja, het is bedrieglijk, maar mijn hout is echt droog.’
— ‘Nou, dat ga je nog wel zien dan.’

Mijn pan en zijn deksel zijn schoon, en mijn pollepel eveneens. Ik loop terug naar onze safaritent en vraag me af of ik eigenlijk jaloers moet zijn op zoveel simplisme of dat de mengeling van verbazing en afkeer die ik voel toch waarachtig is?

Afwas op de camping - August 9, 2017 - Robert Voogdgeert